Definitie en positionering
Leiderschap is één van de kernrollen van de regieverpleegkundige en betreft het vermogen om richting te geven aan zorgverlening, verandering te initiëren, kwaliteit te bewaken én collega’s te inspireren tot professioneel handelen (V&VN, 2019). Het gaat niet per se om formele leiding, maar vooral om persoonlijk en klinisch leiderschap in de directe patiëntenzorg en binnen het team.
Kernaspecten van verpleegkundig leiderschap
Volgens het beroepsprofiel richt leiderschap zich op drie domeinen:
- Zorginhoudelijk leiderschap
De regieverpleegkundige stuurt actief op kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Zij signaleert knelpunten, reflecteert op het eigen en andermans handelen, en benut evidence-based kennis om praktijkverbetering te realiseren. - Professioneel leiderschap
De regieverpleegkundige is verantwoordelijk voor de eigen professionele ontwikkeling én die van collega’s. Zij stimuleert een lerende cultuur, geeft feedback en fungeert als rolmodel in het team. - Veranderkundig leiderschap
De regieverpleegkundige herkent verbetermogelijkheden en vertaalt deze naar concreet handelen. Zij speelt een actieve rol in innovatie- en implementatieprocessen en weet daarbij effectief samen te werken met andere professionals.

Competenties
Binnen het CanMEDS-model, dat het beroepsprofiel mede ondersteunt, vallen leiderschapscompetenties onder de rol van ‘Leader’ en ‘Professional’. Dit betekent o.a. dat de regieverpleegkundige:
- prioriteiten stelt in complexe situaties
- effectief samenwerkt met collega's en ketenpartners
- processen systematisch evalueert
- ethisch en transparant handelt
- een bijdrage levert aan organisatieontwikkeling.
Bron: Beroepsprofiel Bachelor of Nursing 2030.
Na bestudering van dit deel van de e-learning:
- Herken je de drie kernvormen van leiderschap (zorginhoudelijk, professioneel en veranderkundig) zoals beschreven in het beroepsprofiel Bachelor of Nursing 2020.
- Kun je eigen leiderschapsvaardigheden benoemen en onderbouwen binnen jouw rol als regieverpleegkundige.
- Ben je in staat om leiderschap te koppelen aan praktijksituaties, zoals kwaliteitsverbetering, teamontwikkeling of implementatie van innovaties.
- Kun je uitleggen hoe persoonlijk leiderschap en klinisch leiderschap bijdragen aan professionele autonomie en zichtbaarheid.
- Kun je reflecteren op jouw leiderschapsrol aan de hand van praktijksituaties en feedback.
