Van zichtbaar gedrag naar betekenisvolle interactie
In elk team spelen gedragingen en dynamieken die invloed hebben op hoe mensen samenwerken, zich ontwikkelen en veranderingen omarmen. Sommige gedragingen zijn direct zichtbaar en bespreekbaar, andere zitten verstopt onder de oppervlakte. Juist deze ‘lastige’ situaties vragen om coachend leiderschap: het vermogen om te signaleren, te benoemen én in dialoog te blijven zonder oordeel.
Herkenbare spanningsbronnen
In dit hoofdstuk werk je met drie herkenbare situaties/casussen waarin het coachend aanspreken op de proef wordt gesteld:
- Ontwijkend gedrag, bijvoorbeeld een collega die zich structureel onttrekt aan teamtaken. Dit gedrag wordt vaak niet direct besproken, maar roept bij collega’s frustratie of teleurstelling op.
- Weerstand tegen vernieuwing; dit kan zich uiten in passieve sabotage, zoals het negeren van nieuwe werkafspraken of het ondermijnen van veranderingen door cynisme.
- Agressief of sarcastisch taalgebruik; dit gedrag raakt aan teamveiligheid en vraagt om duidelijke grenzen én empathie voor onderliggende spanningen.
De ijsberg en de onderstroom
In deel 3 hebben we het IJsbergmodel (McClelland, 1973) besproken met betrekking tot (on)zichtbaar gedrag Gedrag dat je ziet, is slechts het topje van de ijsberg. Daaronder bevinden zich overtuigingen, gevoelens, waarden en drijfveren die het gedrag sturen (de onderstroom); een belangrijk concept in communicatie- en veranderkunde (Kools & van Rossum, 2021). Door coachend te communiceren probeer je voorbij het zichtbare gedrag te kijken en op zoek te gaan naar betekenis: Wat speelt er écht bij de ander?
“Gedrag is een symptoom van wat iemand gelooft of voelt.
Als je alleen dat gedrag corrigeert, mis je de kans op echte verandering.”
Brené Brown (2018), Dare to Lead
Waarom coachend aanspreken?
Coachend aanspreken is gebaseerd op principes van motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick, 2013) en geweldloze communicatie (Rosenberg, 2003). In plaats van iemand te corrigeren of overtuigen, creëer je ruimte om samen naar de situatie te kijken, verantwoordelijkheid te delen en wederzijds begrip op te bouwen.
Kernvaardigheden hierbij zijn:
- Intentiegericht luisteren; luisteren met aandacht en zonder oordeel;
- Feedback geven vanuit waarneming en effect, zoals het 4G-model: Gedrag, Gevoel, Gevolg, Gewenst;
- Open vragen stellen, gericht op reflectie, niet op verdediging;
- Autonomie respecteren; ruimte geven voor het perspectief van de ander.
Deze vaardigheden helpen om lastige situaties niet te vermijden, maar juist productief te maken voor groei van jezelf, van de ander én van het team.
Wat ga je doen?
Kies één van bovenstaande drie situaties/casussen die het meeste bij jou oproept. Welk gedrag herken jij uit je eigen praktijk? Wat roept het bij je op: irritatie, onzekerheid, zorg? Die situatie wordt jouw uitgangspunt voor het oefenen van coachend aanspreken. Hoe ongemakkelijker, hoe leerzamer.
