Naar de inhoud

Proefles uit de e-learning Emergency Procedures Trauma Care (EPTC)

Reanimatie van de traumapatiënt

ABCDE-benadering bij speciale patiëntencategorieën

Volgens de recente literatuur (zie: European Resuscitation Council Guidelines 2021: Cardiac arrest in special circumstances) neemt de kans op overleving toe bij patiënten met een circulatiestilstand door trauma, mits vroegtijdig en agressief onderliggende oorzaken worden aangepakt en sprake is van goede ketenzorg.

Algoritme Reanimatie Traumapatiënt: bij het zoeken naar reversibele oorzaken van een niet-traumatische circulatiestilstand worden ‘de 4 H’s en de 4 T’s’ nagelopen. Bij de reanimatie van een traumapatiënt staan 4 oorzaken op de voorgrond, waarvoor het acroniem ‘HOTT’ gebruikt kan worden: hypovolemie, oxygenatie, ‘tension pneumothorax’ (spanningspneumothorax) – en tamponnade.

Het is echter van het grootste belang de traumapatiënt bij reanimatie anders te behandelen dan een patiënt zonder trauma. De standaardwerkwijze bij reanimatie van een traumapatiënt verschilt in zoverre van die bij een patiënt zonder trauma dat alles gericht is op het snel behandelen van de onderliggende oorzaken. Omdat er in korte tijd veel handelingen moeten gebeuren, is het van essentieel belang de handelingen zoveel mogelijk simultaan uit te voeren, bijvoorbeeld een bilaterale thoracostomie en luchtwegmanagement. Ook zullen soms bepaalde behandelingen worden uitgevoerd zonder voorafgaande diagnostiek, zoals het verrichten van een bilaterale thoracostomie zonder een thoraxfoto vooraf.

De oorzaken van een traumatische circulatiestilstand, zoals massaal bloedverlies of spanningspneumothorax, maken externe borstcompressies ineffectief. Daarnaast is er vanuit pathofysiologisch oogpunt geen voordeel te verwachten van adrenalinetoediening. De nieuwe reanimatierichtlijn van de Europese Reanimatieraad verlegt dan ook de nadruk van externe borstcompressies naar het agressief behandelen van de onderliggende oorzaak van de traumatische circulatiestilstand. Wanneer het ongeval plaatsvindt doordat de patiënt een hartritmestoornis heeft gehad, en niet het traumatische letsel maar juist de ritmestoornis de oorzaak is van de circulatiestilstand, wordt het algemene reanimatieprotocol gevolgd.

Naast een gestructureerde aanpak met interventies die zijn gericht op de oorzaak van de circulatiestilstand, zijn het opstellen van keten-brede protocollen, regelmatige scenariotrainingen en evaluaties van casuïstiek belangrijke middelen om de overlevingskansen van deze patiënten te verbeteren.

Conclusie

De traumatische circulatiestilstand vraagt om een specifieke reanimatiestrategie, met nadruk op het snel en agressief behandelen van de onderliggende oorzaken. Deze aanpak vergroot de kans op overleving voor een patiënt met een traumatische circulatiestilstand. Binnen traumazorgnetwerken is het noodzakelijk om ketenoverschrijdende protocollen op te stellen en de zorgprocessen systematisch te evalueren en verbeteren.


Als een ernstige bloeding de oorzaak is van de reanimatie en deze kan snel worden gestopt, dan is er een kans op slagen van de reanimatie.

De belangrijkste interventie is snel stoppen van de bloeding, aangezien ernstig verlies van circulerend volume en  verlies van erythrocyten leidt tot hypovolemie en hypoxaemie.


Verder leren?

Dit is een gratis proefles. De volledige e-learning Emergency Procedures Trauma Care (EPTC) bevat alle hoofdstukken, de eindtoets en een certificaat na een positief toetsresultaat.

Bekijk de e-learning
Reanimatie van de traumapatiënt | Proefles Emergency Procedures Trauma Care (EPTC) | EDU-line Academy