Naar de inhoud

Proefles uit de e-learning Emergency Procedures Trauma Care (EPTC)

cABCDE bij brandwonden (3)

ABCDE-benadering bij speciale patiëntencategorieën

Alhoewel de c-ABCDE-methode zeer goed toepasbaar is bij een brandwondenpatiënt, zijn er zeker een aantal aandachtspunten om specifiek bij stil te staan:

  • Inschatten van intubatienood bij inhalatietraumata 
  • Inschatten van het vochtbeleid in relatie tot het verbrande huidoppervlak
  • Bepalen van criteria voor dringende transfer naar een brandwondencentrum 

In volgorde van belangrijkheid zijn de stappen als volgt weergegeven:

(Hetero-)Anamnese met informatie over:
  • Duur en intensiteit van de blootstelling aan vuur, hitte, rook en/of rookgassen
  • Het mechanisme/de omstandigheden waarmee/waaronder het trauma heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld: explosie, beknelling, brand in afgesloten ruimte, bewustzijnsverlies, drogering.
Airway → Let op INHALATIETRAUMA!
  • Inhalatie kan op meerdere manieren Airway problemen veroorzaken:
    • Systemische reacties door het inademen van koolmonoxide
    • Zwelling van de bovenste luchtwegen door het inademen van hete gassen of stoom
    • Beschadiging van luchtwegen en longweefsel door giftige rookgassen en roet.

Inhalatietrauma verhoogt het risico op morbiditeit en mortaliteit aanzienlijk. Daarom is het van belang dat over brandwondenpatiënten met inhalatietrauma altijd overleg wordt gepleegd met een brandwondencentrum. Tijdens dit overleg kan tevens bepaald worden of patiënt overgeplaatst dient te worden.

De volgende indicatoren geven aanleiding tot ernstige verdenking op inhalatietrauma:
- Aangezichtsbrandwonden
- Verbranding van wenkbrauwen en neusharen
- Zwarte tong
- Zwart sputum
- Inflammatie en/of roetresten in de mondkeelholten
- Schorheid
- Ronchiën bij auscultatie
- Verhaal van bewustzijnsdaling in de omgeving van een brand
- Explosie met brandwonden ter hoogte van hoofd en thorax
- Carboxyhemoglobine >10% bij een patiënt uit de omgeving van een brandhaard (bij inhalatietrauma altijd meenemen in het laboratoriumonderzoek!).
Indicatoren inhalatietrauma
Wanneer dient intubatie te worden overwogen alvorens een brandwondenpatiënt naar een brandwondencentrum wordt getransporteerd?
- Bij bedreigde luchtweg;
- Bij respiratoire insufficiëntie;
- Bij aanwijzingen voor tracheobronchitis: alleen bij uitgesteld of langdurig transport;
- ‘Preventieve’ intubatie kan worden overwogen indien een patiënt vervoerd dient te worden naar een brandwondencentrum, waarbij tevens verdenking op een inhalatietrauma aanwezig is (ondanks afwezigheid van bedreigde luchtweg of respiratoire insufficiëntie op dat moment).
Indicatoren ET-intubatie
Breathing → Beoordeel, uitgaande van bovenstaande, voortdurend de effectiviteit van de ademhaling! 
  • In de acute situatie zijn de volgende problemen oorzaak van acute respiratoire insufficiëntie:
    • Oedeem van de bovenste luchtwegen (zie ook inhalatietrauma)
    • Inhalatie van rookpartikels met als potentiële gevolgen
      • Chemische tracheobronchitis (als gevolg van de inademing van verbrandingsproducten)
      • Oedeem
      • Pneumonie
    • Systemische reactie als gevolg van een koolmonoxide-intoxicatie. Bij slachtoffers van koolmonoxide-intoxicatie zijn symptomen in de volgende percentages uit te drukken, waarbij er een globaal verband tussen concentratie en kliniek is (dit is variabel !!!)
      • <20% meestal geen symptomen
      • 20-30% hoofdpijn en nausea
      • 30-40% verwardheid
      • 40-60% coma
      • >60% overlijden
    • Circulaire verbranding van hals, thorax en buik. Bij een insnoerende verbranding kunnen ontlastingsincisies (escharotomieën) nodig zijn om goede ademhalingsbewegingen mogelijk te houden. Echter deze zullen nooit in de acute situatie plaatsvinden, maar pas na uren
    • Onderliggende problemen (info via SBARR/SAMPLER), bijvoorbeeld in de vorm van bijkomend letsel of longziekten.

Iedere patiënt met bewustzijnsdaling bij brandwonden heeft een koolmonoxide-intoxicatie tot het tegendeel is bewezen!

Circulation → zoek naar tekenen van shock!
  • Omdat de grootte van de verbranding een directe relatie heeft met het risico van hypovolemie, hetgeen kan leiden tot shock, is het van groot belang om een zo nauwkeurig mogelijke inschatting te maken van het percentage verbrand lichaamsoppervlak. Dat kan het best berekend worden met behulp de handmethode (<10% TVLO) of met behulp van ‘de regel van negen’ (volgens Wallace) (>10% TVLO)
    • N.B.
      • Voor het TVLO worden alleen de dermaal (diep: 2de graads) en subdermale (3de graads) brandwonden meegerekend
      • Bij de handmethode wordt het percentage berekend door te tellen hoe vaak de hand (hele hand, dus inclusief de 5 vingers!) van het slachtoffer in de brandwond past. Iedere hand telt voor 1%.
    • Onderzoek en behandeling bestaan verder uit:
      • Onderzoek naar bijkomende letsels in de vorm van bloedende wonden; deze dienen acuut gestelpt te worden
      • Controle van pols, bloeddruk en capillaire refill
      • Inbrengen van twee perifere infusen, waarbij tegelijk bloedmonsters worden afgenomen voor labonderzoek (bloedbeeld, stollingsstatus, elektrolyten, nierfunctie, amylase en CO-Hb); indien perifere intraveneuze toegang niet of onvoldoende verkregen wordt, dient vroegtijdig een botnaald overwogen te worden
      • Intraveneuze pijnstilling volgens protocol. De analgesie van de patiënt berust op de intraveneuze toediening van sterke opiaten: morfine of piritramide of fentanyl of sufentanil. Intramusculaire, subcutane en orale toediening zijn te verwerpen omdat de systemische resorptie onzeker is door de hypovolemische shock en door de gastroparese
      • NSAID’s zijn niet aangewezen in de eerste 48 uren bij patiënten met ernstige brandwonden aangezien het risico op nierinsufficiëntie en maagzweren door de stress aanzienlijk is toegenomen
      • De vloeistofresuscitatie dient gestart te worden conform de FMS richtlijnen (zie hieronder).
Disability → zoek naar geassocieerde neurologische letsels!
  • Een kort neurologisch onderzoek is nodig om in te schatten of er geassocieerde neurologische letsels zijn (hersentrauma, zenuwverbranding door elektrocutie, etc.):
    • Is de patiënt bewust? (AVPU);
    • Kan hij alles bewegen? (Motoriek);
    • Heeft hij overal een normale sensibiliteit? Zo neen, is deze dan veroorzaakt door de brandwond of door andere (bijkomende) letsels?
    • Wat is de bloedglucosespiegel?
Exposure & Environment → LET OP! Kleding kan chemicaliën bevatten!
  • De brandwondenpatiënt wordt geheel ontkleed en sieraden worden verwijderd. 
  • Voorkom afkoeling/onderkoeling door overvloedig spoelen. Zorg voor een warme omgeving en registreer de lichaamstemperatuur van de patiënt.
  • In dit stadium wordt nogmaals een beoordeling gemaakt van de uitgebreidheid (‘Regel van Negen’) en de diepte van de brandwonden, waarbij gelet wordt op snoerende, circulaire brandwonden, die hetzelfde effect hebben als het toepassen van een tourniquet. Verbrande ledematen worden hoog gelegd. In een latere fase van behandeling kunnen escharotomieën nodig zijn.
Fluids → kijk naar de diurese!
  • De richtrichtlijnen database van de FMS stelt een behoudender beleid voor dan de Baxter-Parkland formule om te veel vochttoediening te voorkomen (zie boven).
  • In geval van rhabdomyolyse dient geforceerde diurese nagestreefd te worden (verdubbeling van diurese). Het geven van een blaaskatheter is natuurlijk essentieel in de behandeling van ernstige brandwonden.
  • Wanneer de diurese lager is dan 0,5 ml/kg/u, wordt de toevoer verhoogd met 25 tot 50 %
  • Wanneer de diurese hoger is dan 1 ml/kg/u, wordt de toevoer verminderd met 25 tot 50 %
  • De diurese en de vochttoevoer moeten elk uur worden geëvalueerd. Ook andere merkstoffen van weefselperfusie (lactaat, base excess) en hemoglobine – de hemoconcentratie die secundair is aan de plasmorragie – kunnen belangrijke graadmeters voor de vulling zijn. 
  • Voor de langere termijn geldt:
    • Stuur op de diurese, niet op de hemodynamische parameters! 
    • Belangrijk: proefperiode non-invasieve beademing!
  • Zodra sprake is van >20% totaal verbrande lichaamsoppervlakte (=TVLO) (2° en 3° brandwonden!) in combinatie met een inhalatietrauma, dient het vochtbeleid de eerste 24 uren eventueel te worden aangepast.
  • Naast het %TVLO is leeftijd ongetwijfeld het meest belangrijke element in de voorspelling van mortaliteit bij zwaar verbranden. 
  • Globaal kan men stellen dat hoe ouder de patiënt, hoe minder gunstig de prognose
  • Opvallend hierbij is dat zodra de leeftijd vijftig jaar gepasseerd is, de overlevingskansen spectaculair dalen*

*In dit kader wordt de Regel van Baux ook wel toegepast: 

  • Gemodificeerde Baux-score = % TVLO + leeftijd in jaren, eventueel met 17 punten extra voor inhalatie
  • LD50 (punt waarbij 50% van de patiënten verwacht wordt te overlijden) = 130 – 140 volgens de gemodificeerde Baux-score 
  • Dit betekent, dat alle kinderen behoudens met 100 % full thickness TVLO zouden kunnen overleven en volledige therapie op zijn plaats is.

Zie achtergrondinformatie bij deze les voor de 'Actiekaart brandwondenslachtoffers'


Inhalatietrauma

Koolmonoxide-intoxicatie

De kans op overlijden bij een brandwondpatiënt.


Verder leren?

Dit is een gratis proefles. De volledige e-learning Emergency Procedures Trauma Care (EPTC) bevat alle hoofdstukken, de eindtoets en een certificaat na een positief toetsresultaat.

Bekijk de e-learning
cABCDE bij brandwonden (3) | Proefles Emergency Procedures Trauma Care (EPTC) | EDU-line Academy