Naar de inhoud

Proefles uit de e-learning Klinisch Redeneren in de Ouderenzorg (KRO) - Verzorgenden IG/Verpleegkundigen

SCEGS-methode

Deel 3 - Methoden en Redeneerhulpen bij Klinisch redeneren

Het SCEGS-model is een hulpmiddel dat je gebruikt om goed zicht te krijgen op het welbevinden van een cliënt. Je kijkt daarbij niet alleen naar het lichaam, maar ook naar gedachten, emoties, gedrag en de sociale omgeving. Het is een model dat door verschillende zorgprofessionals gebruikt kan worden.

Het SCEGS-model

Psychosociaal interview volgens SCEGS

S – Somatisch (Lichamelijk / Biological)

Je vraagt of observeert:

  • hoe de cliënt zich lichamelijk voelt
  • hoe hij of zij klachten of symptomen ervaart
  • welk symptoom de meeste last geeft
  • of je stresssignalen ziet
  • of er niet-pluis-signalen zijn (uit PAT of ABCDE)
C – Cognitief (Denken / Psychological)

Je vraagt:

  • wat de cliënt denkt over zijn situatie
  • wat hij verwacht dat er gaat gebeuren
  • hoe hij klachten of problemen verklaart

Let vooral op wat iemand letterlijk zegt. Soms helpt het om de woorden van de cliënt precies op te schrijven.

E – Emotioneel (Gevoel / Psychological)

Je vraagt of observeert:

  • welke emoties er zijn (angst, boosheid, verdriet, somberheid, onzekerheid, opluchting…)
  • wat je ziet aan non-verbale signalen:
    • gezichtsuitdrukking
    • lichaamshouding
    • manier van praten

Probeer te benoemen waaraan je die emoties afleest.

G – Gedragsmatig (Doen of vermijden / Psychological)

Je kijkt naar:

  • wat de cliënt doet of juist vermijdt door de klachten of emoties
  • gedrag dat opvalt tijdens het zorgen
  • gedragstekorten of overmatig gedrag (BAT)

Geef dit zo objectief mogelijk weer, dus zonder interpretatie.


S – Sociaal systeem (Social)

Je vraagt of observeert:

  • hoe de ziekte invloed heeft op relaties met anderen
  • hoe de cliënt contact heeft met zorgverleners, familie of medebewoners
  • of de sociale omgeving steun biedt of juist extra problemen geeft

Mevrouw Langers (78) klaagt over “druk op de borst”.

  • Somatisch: mevrouw geeft een pijnscore aan 6/10; ze voelt zich ook benauwd
  • Cognitief: mevrouw denkt dat het door stress komt
  • Emotioneel: ze is angstig
  • Gedrag: mevrouw zit voorovergebogen en drukt een hand tegen de borst
  • Sociaal: partner overleden, weinig steun

Je herkent dat lichamelijke én psychosociale factoren een rol kunnen spelen en schakelt de arts in.

Het SCEGS-model richt zich op verschillende dimensies van welbevinden, waaronder somatisch, cognitief, emotioneel, gedragsmatig en sociaal systeem. Hierdoor worden verschillende aspecten van het leven van de cliënt (=Health/Illness) in essentie in kaart gebracht.

Waar staat de S in SCEGS voor?

Antwoord:

Somatisch – lichamelijke signalen.

Noem een emotioneel signaal dat je kunt observeren.

Antwoord:

Angst, verdriet, boosheid.

Waarom is SCEGS belangrijk?

Antwoord:

Het geeft een compleet beeld van de cliënt.

Welke informatie voeg jij toe bij de cognitieve dimensie?

Antwoord:

Opvattingen over klachten, verwachtingen van zorg.

Waarom is SCEGS waardevol bij onbegrepen gedrag?

Antwoord:

Het maakt interactie tussen lichaam, psyche en omgeving zichtbaar.

Hoe gebruik je SCEGS in het zorgplan?

Antwoord:

Het bepaalt welke interventies passend zijn (bijv. psychosociaal, medisch).

Verder leren?

Dit is een gratis proefles. De volledige e-learning Klinisch Redeneren in de Ouderenzorg (KRO) - Verzorgenden IG/Verpleegkundigen bevat alle hoofdstukken, de eindtoets en een certificaat na een positief toetsresultaat.

Bekijk de e-learning
SCEGS-methode | Proefles Klinisch Redeneren in de Ouderenzorg (KRO) - Verzorgenden IG/Verpleegkundigen | EDU-line Academy