Naar de inhoud

Proefles uit de e-learning Klinisch Redeneren in de Ouderenzorg (KRO) - Verzorgenden IG/Verpleegkundigen

Klinisch redeneren

Deel 1 - Klinisch Redeneren

Problemen bij een cliënt staan bijna nooit op zichzelf. Vaak spelen meerdere dingen tegelijk mee: lichamelijke klachten, emoties of gedrag, hoe iemand functioneert in het dagelijks leven, levensvragen én hoe goed iemand zelf nog regie kan nemen.

Klinisch redeneren is het denkproces dat je als zorgverlener gebruikt om al deze informatie te verzamelen, te ordenen en te begrijpen. Je gebruikt hierbij je kennis, ervaring en een vaste, logische aanpak. Op basis daarvan neem je beslissingen over welke zorg het beste past bij de situatie van de cliënt.

Belangrijk om te weten:

klinisch redeneren is geen eenmalige handeling, maar een doorlopend proces. Tijdens de zorg blijf je steeds opnieuw kijken, luisteren en beoordelen. Als de situatie van de cliënt verandert, pas je je zorg of behandelplan daarop aan.

Het proces bestaat uit zes stappen die je helpen om problemen van de cliënt zorgvuldig en gestructureerd in kaart te brengen:

Je kijkt daarbij altijd breed naar de situatie van de cliënt:

Zijn er andere of betere mogelijkheden?

  • Wat speelt er nu?
  • Wat kan er mogelijk gaan ontstaan?
  • Hoe urgent is het probleem?
  • Wat zijn mogelijke oorzaken?
  • Wat is nodig aan ondersteuning of behandeling?
  • Wat vinden jij én de cliënt belangrijk (samen beslissen)?
  • Wat is het effect van de acties/interventies die je inzet?

Bij meneer Hassan (80) zie je toenemende onrust en slecht slapen. Je gebruikt informatie uit jouw observaties om te analyseren: is het pijn, delier, angst of een beginnende infectie? Vervolgens worden interventies afgestemd, zoals pijnmeting, extra observaties en een artsconsult. De komende dagen wordt bekeken hoe zijn toestand zich ontwikkelt.

Samengevat

Klinisch redeneren is het systematisch verzamelen, begrijpen en beoordelen van informatie over de cliënt. Je maakt hierbij telkens een afweging van wat nodig is, en je stemt de zorg continu af op wat de cliënt op dat moment nodig heeft. Je kijkt niet alleen naar het probleem, maar naar de hele mens en zijn of haar situatie.

Wat is het eerste dat je doet als je merkt dat een cliënt anders reageert dan normaal?

Antwoord:

Ik observeer wat er anders is en rapporteer dit aan de verpleegkundige.

Noem twee voorbeelden van niet-pluis-signalen.

Antwoord:

Voorbeelden: plotselinge verwardheid, minder eten/drinken, veranderd gedrag, snelle ademhaling, koorts.

Waarom is het belangrijk om je observaties objectief op te schrijven?

Antwoord:

Omdat collega’s moeten kunnen vertrouwen op feitelijke informatie om juiste beslissingen te nemen.

Waarom is klinisch redeneren een cyclisch proces?

Antwoord:

Omdat je voortdurend nieuwe informatie verzamelt en je plan moet aanpassen aan veranderingen.

Noem drie informatiebronnen die je gebruikt bij klinisch redeneren.

Antwoord:

Observaties, vitale functies, dossierinformatie, rapportages, gesprek met cliënt of familie.

Wat is het risico van onvolledige rapportages door VIG’ers?

Antwoord:

Dat je als verpleegkundige verkeerde of vertraagde besluiten neemt, wat onveilig kan zijn.

Verder leren?

Dit is een gratis proefles. De volledige e-learning Klinisch Redeneren in de Ouderenzorg (KRO) - Verzorgenden IG/Verpleegkundigen bevat alle hoofdstukken, de eindtoets en een certificaat na een positief toetsresultaat.

Bekijk de e-learning
Klinisch redeneren | Proefles Klinisch Redeneren in de Ouderenzorg (KRO) - Verzorgenden IG/Verpleegkundigen | EDU-line Academy