
Problemen bij een cliënt staan bijna nooit op zichzelf. Vaak spelen meerdere dingen tegelijk mee: lichamelijke klachten, emoties of gedrag, hoe iemand functioneert in het dagelijks leven, levensvragen én hoe goed iemand zelf nog regie kan nemen.
Klinisch redeneren is het denkproces dat je als zorgverlener gebruikt om al deze informatie te verzamelen, te ordenen en te begrijpen. Je gebruikt hierbij je kennis, ervaring en een vaste, logische aanpak. Op basis daarvan neem je beslissingen over welke zorg het beste past bij de situatie van de cliënt.
Belangrijk om te weten:
klinisch redeneren is geen eenmalige handeling, maar een doorlopend proces. Tijdens de zorg blijf je steeds opnieuw kijken, luisteren en beoordelen. Als de situatie van de cliënt verandert, pas je je zorg of behandelplan daarop aan.
Het proces bestaat uit zes stappen die je helpen om problemen van de cliënt zorgvuldig en gestructureerd in kaart te brengen:
Je kijkt daarbij altijd breed naar de situatie van de cliënt:
Zijn er andere of betere mogelijkheden?
- Wat speelt er nu?
- Wat kan er mogelijk gaan ontstaan?
- Hoe urgent is het probleem?
- Wat zijn mogelijke oorzaken?
- Wat is nodig aan ondersteuning of behandeling?
- Wat vinden jij én de cliënt belangrijk (samen beslissen)?
- Wat is het effect van de acties/interventies die je inzet?
Samengevat
Klinisch redeneren is het systematisch verzamelen, begrijpen en beoordelen van informatie over de cliënt. Je maakt hierbij telkens een afweging van wat nodig is, en je stemt de zorg continu af op wat de cliënt op dat moment nodig heeft. Je kijkt niet alleen naar het probleem, maar naar de hele mens en zijn of haar situatie.
