Naar de inhoud

Proefles uit de e-learning Pediatric Emergency Procedures (PEP-IC) (IC verpleegkundige (i.o.))

A-B | Luchtweg, respiratoire insufficiëntie en mechanische beademing

Deel B - IC

Respiratoire ondersteuning is vertrouwd IC-terrein. Het kindspecifieke verschil zit in kleinere luchtwegmarges, hogere relatieve zuurstofbehoefte, snelle uitputting en zeer kleine absolute teugvolumes. Een behouden SpO₂ kan samengaan met stijgende FiO₂, hypercapnie en verlies van reserve.

Na dit onderdeel kun je

  • A – Airway: bedreigingen van de pediatrische luchtweg herkennen en tube-obstructie of -dislocatie relateren aan de kleinere anatomische veiligheidsmarges
  • B – Breathing: problemen van oxygenatie en ventilatie herkennen en relateren aan ademarbeid, respiratoire reserve en tekenen van uitputting
  • B – Breathing: HFNC en NIV beoordelen op klinisch effect en falen tijdig herkennen
  • B – Breathing: bij invasieve beademing onderscheiden welke longprotectieve principes hetzelfde zijn als bij volwassenen en welke pediatrische aandachtspunten voortkomen uit kleinere volumes en fysiologische reserve
  • B – Breathing: teugvolume, PEEP, plateau- en driving pressure en andere ventilatieparameters interpreteren binnen pediatrische maat-, volume- en druklimieten
  • A/B – apparatuur: beoordelen of ventilator en circuit technisch geschikt zijn voor het gewicht en de benodigde ondersteuning van het kind, met aandacht voor kleine teugvolumes, dode ruimte, trigger/cycling, lekkage, meetnauwkeurigheid en alarmgrenzen.

Klinische focus

  • Bij kinderen kan extra zuurstof de saturatie lang behouden terwijl de ventilatie verslechtert. Kijk daarom naar ademarbeid, thoraxexcursie, EtCO₂/PaCO₂, pH, interactie en de benodigde ondersteuning.
  • Een dalende ademfrequentie is alleen gunstig wanneer excursie, bewustzijn en CO₂ eveneens verbeteren; anders kan het juist uitputting betekenen.

High Flow Nasal Canula (HFNC)/Non-Invasieve Ventilatie (NIV)

Tubeplaatsing en veilige positionering

Wat is bij beademing juist níet anders?

Het is belangrijk om te beseffen dat de basisprincipes van invasieve beademing bij kinderen grotendeels dezelfde zijn als bij volwassenen. Ook bij kinderen staan adequate oxygenatie en ventilatie, beperking van ventilator-geïnduceerde longschade, passende PEEP, bewaking van plateau- en driving pressure, synchronie en frequente beoordeling van het effect centraal.

De belangrijkste verschillen zitten daarom niet zozeer in een andere manier van beademen, maar in de schaal en fysiologische reserve:

  • teugvolumes zijn in absolute milliliters veel kleiner, maar worden nog steeds op lichaamsgewicht/PBW afgestemd
  • circuitcompliantie, instrumentele dode ruimte, lekkage en onnauwkeurige flowmeting hebben bij kleine teugvolumes relatief meer invloed
  • triggerinstellingen en minimumteugvolume van een volwassen ventilator kunnen voor een klein kind ongeschikt zijn
  • de pediatrische luchtweg is korter en smaller, waardoor tubedislocatie of obstructie sneller klinisch relevant wordt
  • jonge kinderen hebben een hogere metabole zuurstofbehoefte en minder respiratoire reserve, waardoor problemen sneller tot uitputting leiden.

Praktijkvertaling

Een Vt van bijvoorbeeld 70 ml kan voor een klein kind precies longprotectief zijn. Het ziet er voor een verpleegkundige volwassenen-IC ongebruikelijk uit, maar het fysiologische uitgangspunt is hetzelfde.
Dit sluit goed aan bij PALICC-2: ook daar worden de bekende longprotectieve principes gebruikt, met Vt doorgaans 6–8 ml/kg, lagere Vt indien nodig voor drukbegrenzing, bewaking van Pplat en driving pressure en expliciete aandacht voor circuitcompliantie en kleine volumes. (PubMed Central (PMC))

Technische voorwaarden ventilatorgebruik bij kinderen

Een volwassen-IC-ventilator kan meestal ook voor mechanische beademing van een kind worden gebruikt, mits het apparaat geschikt is voor het gewicht en de kleine absolute beademingsvolumes van het kind. Controleer vóór gebruik of de ventilator:

  • kleine teugvolumes nauwkeurig kan leveren én meten
  • voldoende gevoelige trigger- en cyclingsinstellingen heeft zonder relevante auto-triggering
  • geen te hoog verplicht minimumteugvolume of minimum-minuutvolume heeft
  • kan worden gebruikt met een pediatrisch passend circuit, waarbij instrumentele dode ruimte en circuitcompliantie zo klein mogelijk blijven
  • lekkage adequaat kan compenseren en betrouwbare druk-, flow- en volumemeting biedt
  • passende alarmgrenzen voor kleine volumes, hoge ademfrequenties en lage flows kan instellen.

Praktijkregel

Niet de benaming volwassenenventilator is bepalend, maar of ventilator én circuit technisch geschikt zijn voor gewicht, beademingsdoel en benodigde volumes/flows van dit specifieke kind. Bij twijfel moet dit vóór aansluiting of transport worden gecontroleerd en zo nodig met de PICU worden afgestemd.

Verder leren?

Dit is een gratis proefles. De volledige e-learning Pediatric Emergency Procedures (PEP) bevat alle hoofdstukken, de eindtoets en een certificaat na een positief toetsresultaat.

Bekijk de e-learning
A-B | Luchtweg, respiratoire insufficiëntie en mechanische beademing | Proefles Pediatric Emergency Procedures (PEP) | EDU-line Academy